Weinig Duitse steden hebben zo'n bijzondere ligging als Passau. Op de grens van Oostenrijk en Tsjechië, omringd door dicht begroeide bergen, strekt de oude stad zich uit over een smalle reep land op het punt waar de Donau, de Inn en de Ilz samenkomen. Het mooiste uitzicht op Passau heeft u natuurlijk vanaf het water. Wie met de boot dit fraaie stadje nadert, raakt onder de indruk van de kleurrijke, barokke gevels en de groen-koperen koepels, die het stadsbeeld bepalen. Tegen een decor van beboste heuvels lichten de veelkleurige pasteltinten van de huizen op. Tijdens mooie, zonnige dagen schitteren de vele kerkkoepels in de felle zon. Een opvallende plaats neemt daarbij de St. Stephan-dom in, die hoog boven de stad zijn stempel op de omgeving drukt. Geen wonder dat de schitterende ligging van Passau jaarlijks duizenden toeristen trekt. Passau is het startpunt van de rivierboten die naar Wenen, en vandaar naar Boedapest en de Zwarte Zee varen. Ceský Krumlov is door de UNESCO tot monument verklaard en verfraaid. Hoog boven de stad aan de overzijde van het dal verheft zich het kasteel van de Rosenbergs. Linz heeft een mooi, intact gebleven historisch centrum met een grotere omvang dan van de andere Oostenrijkse steden. Het Beierse Woud is een middelgebergte met als hoogste berg de Grosse Aber. Een bezoek aan de oude stad Regensburg mag niet ontbreken aan deze reis.